(Een kaal en leeg appartement. Bij het raam staat Werner, op een kruk zit Vrouw S. Op de kruk na is de ruimte leeg.)
Werner
Deze bekisting past zowel goed als kribbe, bruidsschat als als doodskleed. Geboren, schijten, sterven. Leeg. Die kruk moet weg.
Vrouw S.
Ook nog. Hij zit goed. Exe9n kruk kan je goedkeuring toch wel wegdragen.
Werner
Alles moet weg. De leegte zal eindelijk de rust opbrengen om er een krachteloos eind aan te maken.
Vrouw S.
Kom weg bij dat raam, je confronteert me met de schrijnende patstelling die je nodig denkt te hebben om me hier te houden.
Werner
Dat de betonlege muren blijven staan kan ik al moeizaam verdragen. Het moet. Die kruk heft de leegte in al zijn kleinte geheel op. Het gemaakte van het ding scherft mijn beslissing. Gestorven keer twee gaat er vandaag.
Vrouw S.
Als ik zou willen zou ik weg kunnen.
Werner
Jij die blijft zoeken naar uitwegen die simpelweg niet bestaan. Ja, als jij de overkant haalt ben je vrij, dat de loze inhoud van mijn woorden je totaal zijn ontgaan blijft het grootste raadsel. Het is mensachtig te blijven hopen op een betere toekomst, zelfs als de waarheid zich als een op hol geslagen wals aandient. Jij bent zo walgelijk menselijk.
Vrouw S.
Wat zie je?
Werner
Kom zelf kijken. De aanblik is wanstaltig. Misschien zie je dan de onlosmakelijkheid van onze afspraak in. Dringt het tot je door dat jij je niet in een patstelling bevindt maar dat het veeleer een uitgemaakte zaak is dat we zometeen nog zullen beslissen tot de ultieme levenstaak over te gaan.
Jij zult met dat lijf van je eens van die kruk af moeten komen, en hier naast mij, zij aan zij, staan, om het infantiele maskerspel van het menselijk ras te overzien.
Vrouw S.
Ik wil niet meegaan in de waanvoorstelling die jij voor het leven houdt.
Werner
Geen waanvoorstelling,
Vrouw S.
Jij. Ik ben niet overtuigd.
Werner
Kijk dan. De overkant vult zich met volgzame werkers. Krioelende graflopers overal. Je zal die overkant niet halen want ik kijk naar je.
Vrouw S.
Of ik het halen zal.
Werner
Daar de gruweldaad vol mensenslijkzucht.
De potsierlijk walmende massa lilvlees stroomt van onuitzichtelijk krot naar designkantoormeubelhaven. Van echtelijke zaadspilzucht naar wulps secretaresse-gepiep. Machinerie van machtswellustig doorworstelen.
Er wordt gehaast. Men scheurt kalender na kalender de vernieling in door de hele kloterij draaiende te houden. Daar de hele kwelling is dat de kloterij draaiende gehouden dient te worden. Met een statige precisie, met oogkleppen aangerijkt door het machtsblok in het pluche, worstelt die massa zich als pompend lijdensplasma naar hun negen tot vijf bestemming.
Vrouw S.
Sluit het raam.
Werner
En dan? Jouw barbaars mismaakte lichaam spiegelt in al haar onvolkomendheid de eruptie van de hysterische volgdwang daarbuiten. De massamens daar, over elkaar heen rollend om zich voorkomend in de hierarchie omhoog te likken, spuit hier door deze ruimte. Het incubeert in jou. Jij bent vatbaar gebleken. Gexefnfecteerd zit jij te wachten tot de wijzers van die maalstroom je opslokken. Het doet je niks. Helemaal niks. Je hebt je laten gaan en zonder omhaal ben je ingehaald door het gemakzuchtelijke zijn van je broeders en zusters, die ik, ook al is het raam dicht, door mijn verkankerde merg voel kruipen.
Vrouw S.
Wat wil je dat ik doe Werner?
Ja, het conformistische zijn kwelt mij evenzeer als dat het jou aangrijpt.
Werner
Aangrijpt!? Het is tot diep verankerd! Het kiert door het hele zijn van het alles. Het vult deze ruimte met een loddig smegma van mismaaktheid. Een orgastisch delerium is het.
Vrouw S.
Denk je dat het mij aanzet tot het voelen van een euforisch geluk? Hoeveel passages ik uit mijn minuscule autobiografie moet schrappen om tot een overzicht te komen van het geluk dat ik, als ware het van hogerhand opgelegd, moet voelen? Niks blijft er over, maar ik moet en zal me overgeven aan het grote buiten omdat dat de enige manier is.
Werner
Onzin
Vrouw S.
Niks geen onzin
Werner
Jij verkiest het simpel verhoereren aan de verotte maatschappij boven de weerstand die je moet voelen. Dat is precies het passief-agressief kuddediergedrag dat de staat van je verwacht. Ze willen de mens dommer en volgzamer. Jij bent het incuberen voorbij. De sluimerstilte heeft kut gezaaid.
Vrouw S.
Dan is het tijd te gaan.
Werner
Je gaat niet. Er gebeurt niks. Jij en ik leven in het vacuum dat de mensheid over het hoofd ziet. Wij vallen hier niemand lastig. We staan aan de zijlijn van het verotte zijn en door dit raam observeren wij. Er wordt geen acht geslagen op ons, hier hoog boven het kolkende geneuzel daar omdat wij dat kolken verachten.
Vrouw S.
Werner, kom weg bij dat raam, kom even bij me.
Werner
Er bestaat geen groots en meeslepend wij als in: jij, ik, en de wereld daar. Een sadistisch doemlot heeft ons samen in de marge geflikkerd om daar in oorverdovende stilte te creperen tot er niks meer is dan twee gebleekte karkassen. Wij en zij zijn gescheidden om nooit meer tot een instemmend copuleren te komen. Al zouden we willen. Jij gaat dus nergens heen.
Vrouw S.
Mijn afwezigheid zal opgemerkt worden. Misschien niet direct, maar op den duur zal mijn lege werkplek voor vragen zorgen. Mijn meerdere zal melding maken bij zijn meerdere en die zal het weer aan hoger doorspelen. Op den duur zal er contact gezocht worden. Men zal naar me op zoek gaan.
Werner
Ha. Diep van binnen kronkel ik door, en van, het waninzicht dat zich meester heeft gemaakt van je tere gedachtenbrij.
Vrouw S.
De cassixe8re zal na een aantal dagen doorhebben dat ik niet meer verschijn.
Werner
Je gecorrumpeerde blik zoekt wanhopig naar een erkenning die er simpelweg niet is en nooit zijn zal. Het individuele zieltje waar jij je zo aan vastklampt is in haar alles precies zo inwisselbaar als de non-keus
Vrouw S.
Medereizigers op lijn 4
Werner
van het veertienjarig heroxefne-hoertje dat moet kiezen tussen twee schuurversleten lingeriesetjes. Het doet er simpelweg niet toe.
Vrouw S.
Ooit zal er iemand komen om me te zoeken
Werner
Het doet er niet toe.
Vrouw S
Ze gaan komen.
Werner
Er zal niemand komen. Nooit. Er zal klakkeloos worden vergeten. De machinerie moet draaiende gehouden worden en kapotte onderdelen worden vervangen. Er zal even stilgestaan worden bij het feit dat er een onderdeel verdwenen was totdat de machine weer geruisloos stoempt en dan wordt er overgaan tot de orde van de dag. Produceren om leep te vergeten. Doorjagen om niet steeds om te hoeven kijken.
Vrouw S.
Familie (Werner lacht)
Bloedbanden verzanden niet. Zij zullen komen.
Werner
Stop met dat laagmenselijk Maslov-gelul.
Vrouw S.
Je bazelt. Simpelweg omdat je met het verkeerde been uit bed bent gestapt. Eet wat, drink wat, voel je beter.
Werner
Het gaat hier om het basale kwijtzijn van voeling. Niet om een meergranenontbijt. Low-fat, low-carb, zie het dan: het eten hierbinnen druipt precies van dat angstgenererende collectivionisme als waarop de wereld daarbuiten drijft. Het slaat als een stervende octopus meerarmig om zich heen. Ik laat me niet grijpen en me de gapende dieperik intrekken zoals alles en iedereen. Het gaat me niet gebeuren dat ik, als ik eindelijk mijn bloemloos testament opmaak, ik moet concluderen dat er hopen te verbeuren zijn. Dat ik materieel opzadel. Dit excuus voor het leven heb ik individueel geleefd, laat mij ook leeg sterven. Daar heeft niemand wat mee te maken.
Vrouw S.
Ik ga weg. Jij mag sterven. Je overschot mag individueel rotten in de hel. Val mij niet langer lastig.
Werner
De hel bestaat niet. Kijk door het raam. Zie je die mensen daar? Dat is het wonderschone voorportaal. Het voorportaal van het allesomvattende niets. Geen hemel, geen hel, alleen het geborchte der kleinmenselijkheid. Blijf hier. er is daar niks. Hier is het goed vergaan.
Vrouw S.
De hel, dat ben jij.
Werner
Wat maakt het uit. Jou aanzwellend fluimen getuigd op zichzelf al van mijn intrinsiek gelijk. Wat er toe doet is dat het er allemaal helemaal niets toe doet. Door hier te zijn heb jij de afweging gemaakt en jezelf als paria van het grote buiten opgesteld. De juiste keus. Dat moet gezegd. Het enige dat rest is lijdensloos wegkwijnen met het zicht op al het verdorvene daarbuiten.
Vrouw S.
Ik stap die deur uit. Draai zes trappen af en loop door de hal naar de draaideur. Ik stap het trottoir op en steek de weg over. Laverend tussen de ochtenddrukte vind ik de overkant. Jij kijkt. Er wordt getoeterd en boos geschreeuwd maar ik ben al bijna aan de overkant. Ik ben al bijna geen paria meer, bijna ben ik vrij om te gaan. Ik ben nerveus omdat ik weet dat jouw ogen mijn rug priemen. Maar het deert me niet, niet meer. Ik verdwijn uit het leven, jou leven, dat misschien nog de kracht opbrengt een paar luttele minuten door te schokken, dan is ook dat allemaal voorbij. Als ik eenmaal de hoek om ben recht ik mijn rug, klop als een fysieke uitwerking van een emotionele reiniging mijn mantelpakje recht, sta even stil, haal een paar keer diep adem en kijk om me heen. Een hernieuwd leven dient zich aan.
Werner
Jij, jij bent hier degene met waanvoorstellingen.
Jij bent, door het besef dat ik sta te kijken, zo opgelaten als je beneden op die trottoirband staat, dat je niet eens over durft te steken. Je zal je hoofdje omdraaien, omhoog kijken en mij zien staan. Precies zo ik nu sta. Armen over elkaar, en dan, na die luttele seconden die een eeuwigheid lijken, staar ik jou de straat op. Je doet een wankele stap naar achteren en struikelt. Achteruitvallend donder je tussen de geparkeerde autox92s uit de rijbaan op. Zo, met dat lieflijk domme hoofdje van je tussen het rechtervoorwiel van een net passerende schoolbus vol met kinderen en de natgeregende straat. Je brein vult het poreuze oppervlak van het kobaltblauwe asfalt. Mensen zullen zich omdraaien en in een cirkel om je onthoofde corpus komen staan kijken. Ze kijken en schieten plaatjes. Zo ben je tot een mooi verhaal voor tijdens de lunch van het klootjesvolk geworden.
Ik ben nog niet klaar.
Precies als iedereen genoeg heeft van het in tweede instantie toch niet zo verrassende plaatje, want variatie op hetzelfde eeuwenoude thema: dood, stort ik me door dit raam naar beneden en breek elk sprietje in mijn lijf als ik op jouw ontzielde lichaam terecht kom. Zo sterven wij dan alsnog samen. Zo zal het gaan als jij door die deur besluit weg te gaan.
Vrouw S.
De hardgrondigheid waarmee ik je haat is onpeilbaar.
Werner
Ga dan, dan verotten we samen
Vrouw S.
Die taal van jou, die als bloed uit je mond gulpt. Jouw apocalyptische zelfnijd asemt hier als bezwangerend door dit leeghulzerige krot. Hoe onheilspellend en onoverkomelijk het zwartgallig toekomstvisioen ook moge zijn, ik laat mij niet meer sturen door het depressieve schertsbeeld van meneertje Werner.
Werner
Schertsbeeld
Vrouw S.
Houd dicht die braakwaterval.
Als een verlegenzacht bevruchte eicel nestelt de haat voor jou zich op dit moment diep in mijn moederschoot. De pijnlijke waarheid is dat ik haar laat uitgroeien. Geen brijnaalden storen deze zwangerschap. De haat die ik voel zal ik tot zijn volle wasdom koesteren. Jij zet geen stap meer. Het groteske van jou plaatsing van het x91ikx92 buiten de maatschap is op zx92n minst laagmoedig, laat mijn walging dan al even grotesk zijn en als dolken jou ruggewervels doorklieven. Ik blijf hier nog even en dan laat ik je vezel voor vezel kapotgaan. Daarom blijf ik. Jou straf zal zijn dat er tot het onafwendbare eind maar geen eind aan zal komen.
Werner
Kotsen moet ik van zoveel individuele zelfbevlekkende gevoelsniksen in dat naxefeve smoelwerk van je. Achter die gaten in je kop huist het onuitsprekelijke niets. Kijk naar buiten vrouw S. Zie in het eindeloos herhalen van zetten daar, op dat trottoir, en met dat trottoir in de hele kloterij, een mislukte partij schaak. Die patstelling vindt niet plaats tussen jou en mij. Het is er xe9xe9n daarbuiten.
Blijf hier.
Wij hebben de vrijheid niet in die patstelling plaats te hebben. Ha. Voel dan die vrijheid om egoxefstisch te creperen. Als je dan niet kapot teert daar de haat voor mij je op de been houdt, teer dan weg door naar buiten te kijken.
Vrouw S.
Ik wil niet naar buiten kijken. Er is daar toch niets te zien.
Werner
Niets te zien? Is er niet te zien dat de evolutie sinds het onstaan van iets nieuwmenselijks zich in rasse schreden omgekeerd evenredig achter zijn vergissing heeft geschaard en zx92n fouten probeert goed te maken door de soort al haar intellect te laten steken in haar eigen ondergang. Dat de evolutie over het hoofd ziet is dat de soort in stupiditeit zichzelf voorbijgetreefd is waardoor zelfs de eigen ondergang in het nauw komt. Kijk, zie ik daar dan geen geliefden. Zie ik niet dat ze de handpalmen tegen elkaar aangedrukt hebben, zich geen weet van de omgeving, dat ze naar een goedkope hotelkamer onderweg zijn om copulerend hun liefde na te ijveren, zie ik dat dan niet? Dat daar nieuw leven van komt? Die walgvrucht van onwetendheid herhaalt op zijn of haar beurt de daad van de ouders, niks wijzer geworden uiteraard, omdat het ras te dom is. Het uitdijen moet een halt toegeroepen worden, maar kan geen halt toegeroepen worden omdat er simpelweg een overschot is. Met zox92n overdosis mentale onkunde wil ik niets te maken hebben . Hoef ik niets te maken, zie ik dat allemaal niet? Houd je mond. Kom hier en vul die leegblikkerige staar van je. Laaf je aan het lege buiten.
Blijf.
Jou, als vooruitgeschoven post van dat zielige leger hier in mijn Leibraum, bied ik de unieke kans op verandering.
Vrouw S.
De verandering die jij maar blijft aandienen is niet de verandering die ik wil.
Werner
Het is te laat te denken dat het anders zou moeten, zou kunnen. Te laat om in te zien dat er nooit sprake is geweest van moeten, kunnen of ook maar welk willen ook. Het individu is altijd een utopie gebleken en gebleven van stoffige weldenkers decennia her. Wij leven in dit nu. Plaatsingsloos voor jou, geen plek voor vrouw S., ruimtegebrek voor mij. Wij als enigen hebben de wereld door.
Vrouw S.
Jij hebt op volstrekt waanzinnige wijze een vorm gevonden om je manie ruimschoots in te ventileren. Je woorden schieten raspende wonden in mijn terughoudendheid. Je ongelijk is bijna overtuigend.
Werner
Het is overtuigender dat niet te zijn.
Vrouw S.
Zo nadert dan blijkbaar toch onherroepelijk het uur dat er niet meer gesproken hoeft te worden. Niet meer gesproken kan worden. Alle woorden zullen van dat punt overbodig zijn. Ik zal me neerleggen bij dat wat jij allang besloten hebt. Het zal voor jou makkelijker zijn dan voor mij. Laat me dan nog een keer van het uitzicht genieten.
Werner
Er is niets te zien daarbuiten, niets anders dan anders. We kennen de traumatische waarheid.
Vrouw S.
Dan is daarmee de tijd gekomen.
Werner
Waar ga je heen?
Blijf hier.
Vrouw S.
Ik stap die deur uit
(Vrouw S. opent de deur en gaat weg, zachtjes sluit ze de deur)
Werner
Blijf hier vrouw. Buiten is niets. Kom terug en ga dan in ieder geval hier met mij ten onder. Er valt daar niets te winnen. Kom terug.
(Werner pakt de kruk en gooit hem door het raam.)
(Donker)